Liturgie zondagmorgen- en zondagmiddagdienst

CGK Huizen, 4 december 2022, 9.30 uur

2e advent – avondmaalsviering – 90-jarig bestaan CGK Huizen

welkom en mededelingen

de tweede adventskaars wordt aangestoken

adventsgedichtje

zingen                                                      Lied van het licht (2)

Mensen kijken naar de sterren,

maar dat licht is ver en koud.

Steek een kaars aan. Die vertelt je

van het Licht dat van ons houdt.

Het wordt anders. Het wordt lichter.

Het wordt licht voor jou en mij

en voor iedereen op aarde.

Het wordt Kerst. God is dichtbij.

stil gebed, votum en groet

de kinderen gaan naar de zondagsschool

zingen                                                 Gezang 127 : 1 en 2 LB73

1. Gaat, stillen in den lande,

uw Koning tegemoet,

de intocht is ophanden

van Hem die wondren doet.

Gij die de Heer verwacht,

laat ons vóór alle dingen

Hem ons hosanna zingen.

Hij komt, Hij komt met macht.

2. Vat moed, bedroefde harten,

de Koning nadert al.

Vergeet uw angst en smarten,

daar Hij u helpen zal.

Er is weer nieuwe hoop:

Hij noemt u zijn beminden,

in ’t woord laat Hij zich vinden,

in avondmaal en doop.

Gods aanwijzing voor ons leven

gebed

schriftlezing                                                      Jesaja 64

zingen                                                                      Psalm 85 NB

1. Gij waart goedgunstig voor uw land, o HEER,

in Jakobs harde lot bracht Gij een keer.

De schuld uws volks wilt Gij niet gadeslaan.

Gij hebt hun zonden uit uw boek gedaan.

Gij die de vlammen van uw toorn bezweert,

Gij hebt U van uw gramschap afgekeerd.

God van ons heil, herstel ons, neem ons aan

en doe uw toorn niet over ons bestaan.

2. Of blijft uw wrevel tegen ons gericht,

verbergt Gij steeds uw god’lijk aangezicht?

Voert Gij uw volk dan nooit tot leven weer

opdat het zich in U verblijde, HEER?

Toon ons uw heil en goedertierenheid:

ik ben o God tot luisteren bereid.

Gij zijt het die uw volk van vrede spreekt,

tenzij het dwaas is en de trouw verbreekt.

3. Bij wie Hem vrezen is zijn heil geplant.

Zijn heerlijkheid zal wonen in dit land,

het heilig land waar goedheid trouw ontmoet,

het recht de vrede met een kus begroet;

de trouw die uit de aarde opwaarts schiet,

het recht dat uit de hemel nederziet.

De velden deelt Hij van zijn overvloed,

de HERE die ons zegent met zijn goed.

4. Waar Hij ook gaat, de vrede gaat Hem voor,

liefde en trouw ontspruiten in zijn spoor.

Gerechtigheid is voor zijn aangezicht,

zij bloeit alom waar Hij zijn voetstap richt.

verkondiging

zingen                                                 Gezang 304 LB73

1. God is getrouw, zijn plannen falen niet,

Hij kiest de zijnen uit, Hij roept die allen.

Die ’t heden kent, de toekomst overziet,

laat van zijn woorden geen ter aarde vallen;

en ’t werk der eeuwen, dat zijn Geest omspant,

volvoert zijn hand.

2. De Heer regeert! Zijn koninkrijk staat vast,

zijn heerschappij omvat de loop der tijden;

een sterke hand, die nooit heeft misgetast,

blijft met het heilig zwaard des Geestes strijden;

de adem zijner lippen overmant

de tegenstand.

3. De Heilge Geest, die haar de toekomst spelt,

doet aan Gods kerk zijn heilgeheimen weten;

Hij, die haar leidt en in de waarheid stelt,

heeft zijn bestek met wijsheid uitgemeten;

Hij trekt met heel zijn kerk van land tot land

als Gods gezant.

avondmaalsviering

zingen                                         Psalm 118 : 11 en 14 OB

11. De steen, die door de tempelbouwers

veracht’lijk was een plaats ontzegd,

is tot verbazing der beschouwers

van God ten hoofd des hoeks gelegd.

Dit werk is door Gods alvermogen,

door ’s Heren hand alleen geschied.

Het is een wonder in onz’ ogen:

wij zien het, maar doorgronden ’t niet.

14. Gij zijt mijn God, U zal ik loven,

verhogen uwe majesteit.

Mijn God, niets gaat uw roem te boven,

U prijs ik tot in eeuwigheid.

Laat ieder ’s Heren goedheid loven,

want goed is d’ Oppermajesteit:

zijn goedheid gaat het al te boven,

zijn goedheid duurt in eeuwigheid.

zingen                                   Gezang 127 : 5, 6 en 7 LB73

5. Juicht nu, trots al uw zorgen,

de Koning komt met macht.

Ons, in zijn hart geborgen

heeft Hij zo rijk bedacht.

Nu zullen angst en pijn

en toorn ons nooit meer schaden.

God wil, in zijn genade,

dat wij zijn kindren zijn.

6. Gaat uit met snelle schreden

uw Koning tegemoet.

Daar komt Hij aangereden,

rechtvaardig, schoon en goed!

Komt nu van overal

uw Heer en Heiland groeten,

die al het leed verzoeten,

de pijn genezen zal.

7. Gij schenkt met volle handen,

die zelf de armoe draagt.

Gij maakt uzelf te schande,

die steeds naar zondaars vraagt.

Wij willen, groot en klein,

die ’t al van U ontvingen,

U ons hosanna zingen

en eeuwig dankbaar zijn.

gebeden

de kinderen komen terug van de zondagsschool

zingen                                            Psalm 98 : 3 en 4 NB

3. Laat heel de aard’ een loflied wezen,

de psalmen gaan van mond tot mond.

De naam des HEREN wordt geprezen,

lofzangen gaan de wereld rond.

Hosanna voor de grote Koning,

verhef, bazuin, uw stem van goud,

de HEER heeft onder ons zijn woning,

de HEER die bij ons intocht houdt.

4. Laat alle zeeën, alle landen

Hem prijzen met een blij geluid.

Rivieren klappen in de handen,

de bergen jubelen het uit.

Hij komt, Hij komt de aarde richten,

Hij komt, o volken weest verblijd,

Hij komt zijn koninkrijk hier stichten,

zijn heil en zijn gerechtigheid.

zegencollecten (diaconie en zending)


CGK/GKv Huizen, 4 december 2022, 17.00 uur

2e advent – avondmaalsviering – 90-jarig bestaan CGK Huizen

welkom en mededelingen

zingen                                         Schriftberijming 4 : 1, 2 en 3

1. Hij die de hoge bomen

geveld heeft door zijn kracht,

Hij liet een loot opkomen

uit Isaï’s geslacht.

De afgehouwen tronk,

geworteld in Gods aarde,

gaat bloeien in de nacht.

2. Een twijgje is gesproten

aan Davids dorre boom,

Gods Geest is uitgegoten

op Davids grote Zoon:

inzicht en goed beleid

en wijsheid en vermogen

spreidt deze Spruit ten toon.

3. Zo zal de dienst des HEREN

zijn lust en leven zijn.

Hij zal naar recht regeren

wie arm en need’rig zijn:

want niet de schone schijn,

de praal van loze woorden,

récht zal zijn richtsnoer zijn.

stil gebed, votum en groet

zingen                                            Psalm 45 : 3 en 6 NB

3. Uw troon, o Heer, staat bij uw rechtsgedingen

onwankelbaar in alle wisselingen.

Gij voert de scepter van uw majesteit

als koningsstaf en staaft gerechtigheid.

Uw liefde geldt het recht, uw haat het boze,

Gij zijt de gesel van de goddeloze,

dus heeft u boven allen God gewijd,

o vorst, met olie die het hart verblijdt.

6. Zie niet meer om, de bedding der geslachten

heeft zich verlegd, volg nu met uw gedachten

de toekomst in de stroom van ’s konings bloed

tot waar uw geest uw kinderen ontmoet;

uw zonen zult gij op de aarde stellen

tot vorsten, die rechtvaardig oordeel vellen;

daarom draagt u mijn lied de tijden door

en daarom looft u volk bij volk in koor.

avondmaalsviering

zingen                                       Gezang 126 : 1 en 2 LB73

1. Verwacht de komst des Heren,

o mens, bereid u voor:

reeds breekt in deze wereld

het licht des hemels door.

Nu komt de Vorst op aard,

die God zijn volk zou geven;

ons heil, ons eigen leven

vraagt toegang tot ons hart.

2. Bereid dan voor zijn voeten

de weg die Hij zal gaan;

wilt gij uw Heer ontmoeten,

zo maak voor Hem ruim baan.

Hij komt, bekeer u nu,

verhoog de dalen, effen

de hoogten die zich heffen

tussen uw Heer en u.

zingen                                              Gezang 126 : 3 LB73

Een hart dat wacht in ootmoed

is lieflijk voor de Heer,

maar op een hart vol hoogmoed

ziet Hij in gramschap neer.

Wie vraagt naar zijn gebod

en bidden blijft en waken,

in hem wil woning maken

het heil, de Zoon van God.

gebed

schriftlezing                                           Jesaja 65 : 17 – 25

zingen                                    Schriftberijming 4 : 5 en 6

5. De schapen en de wolven

zijn samen in de wei;

de panter en het bokje,

zij grazen zij aan zij:

een jongen die ze hoedt.

Een zuigeling mag spelen

met adders op de hei.

6. Koe en berin, zij delen

in vrede haar bestaan;

haar tere jongen spelen

in Gods landouwen saam.

En niemand doet nog kwaad,

want kennis van de HERE

bedekt de aard’ voortaan.

verkondiging

zingen                                               Uit aller mond 134

1. Heer, ik zal U loven

voor de toorn die boven

mij is afgekeerd.

God van mijn vertrouwen,

wat mij kon benauwen

hebt Gij nu geweerd.

Gij, mijn psalm, getroost en kalm

ga ik voort; – Gij die mij gordde

zijt mijn heil geworden.

2. Trekkend door woestijnen

zie ik daar fonteinen

blinkend in de zon;

heil dat mij verheugde

nu schep ik met vreugde

water uit uw bron.

Prijst tezaam zijn grote naam,

alle volken, hoort zijn daden,

groot is zijn genade.

3. Laat ons Gode zingen,

maakt de grote dingen

die Hij deed, bekend.

Hij heeft ons vergeven

en zijn toorn ten leven

van ons afgewend.

Sion, eer en zing de Heer,

groot en heilig in uw midden;

laat ons Hem aanbidden!

dankgebed

geloofsbelijdenis

zingen                                                   Psalm 72 : 11 OB

Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen,

men loov’ Hem vroeg en spâ.

De wereld hoor’ en volg’ mijn zangen

met amen, amen na.

zegen