LITURGIE

CGK Huizen, 21 juni 2026, 9.30 uur

Bakboord 72

welkom en mededelingen

zingen                                                         Weerklank 34

Hoor, huis van Israël, / hoor wat ik u vertel,

zo spreekt de Heer, uw God: / Ik heilig zelf mijn naam,

die wordt van nu af aan / niet langer meer bespot!

De volken worden stil, / maar niet om uwentwil –

voor Mij zullen zij beven! / Ik breng u weer tezaam –

ter wille van mijn naam / doe Ik uw hart herleven.

Gij komt van alle kant / naar eigen stad en land

waar dan de vrede woont; / gij zult volkomen rein,

gewassen, heilig zijn, / van afgoden verschoond.

Een nieuw hart, dat Mij vreest, / een nieuwe, vaste geest

geeft richting aan uw leven; / Ik neem uw hart van steen

om zelf aan iedereen / een hart van vlees te geven.

Mijn Geest daalt op u neer, / uw binnenste wordt weer

gereinigd en gered; / dan wandelt gij voortaan

de weg die elk moet gaan: / de paden van mijn wet.

Daar woont gij in het land / door Mij met eigen hand

uw vaderen gegeven; / gij zijt mijn volk, houd moed!

Ik ben uw God – voorgoed / doe Ik uw hart herleven!

stil gebed, votum en groet

zingen                                            Psalm 106 : 1 en 2 NB

Looft nu de Heer, want Hij is goed,
die met zijn liefde ons ontmoet.
Zijn trouw houdt stand te allen tijde.
Wie prijst zijn daden woord voor woord?
Wie kan zijn heerlijkheid belijden?
Wie looft Hem zodat elk het hoort?

Gelukkig zijn die Hij geleidt,
die leven in gerechtigheid.
Gedenk mij naar uw welbehagen.
Dat ik met heel mijn volk U dien,
met hen van voorspoed mag gewagen,
de zegen van uw erfdeel zien.

Gods aanwijzing voor ons leven

zingen                                                      Psalm 86 : 6 OB

Leer mij naar uw wil te hand’len,

’k zal dan in uw waarheid wand’len.

Neig mijn hart en voeg het saâm

tot de vrees van uwen naam.

Heer, mijn God, ik zal U loven,

heffen ’t ganse hart naar boven,

’k zal uw naam en majesteit

eren tot in eeuwigheid.

gebed

schriftlezing                  Exodus 32,1-14; Galaten 4,6-11

 

zingen                                      Psalm 106 : 8, 9 en 10 NB

Zij hebben niet op God vertrouwd.
Zij maakten zich een kalf van goud,
een afgodsbeeld dat zij aanbaden.
Zij hebben voor een grazend beest
hun eer geruild, en God verraden
die steeds hun helper was geweest.

Hun helper, die vergaten zij,
die in Egypte hun nabij
geweest was in het huis der slaven,
hen door de Schelfzee had geleid.
Zij offerden een dier hun gaven,
alsof een kalf hen had bevrijd.

 Toen sprak de Heer, in toorn ontbrand:
Ik roei hen uit met eigen hand.
Ontsteld trad Mozes tussen beide.
Hij smeekte: Spaar dit zondig volk
en blijf genadig ons geleiden,
ga, Heer, ons voor in vuur en wolk.

verkondiging

zingen                                                      Opwekking 136

Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe.
U alleen doorgrondt mijn hart,
U behoort het toe.
Laat mijn hart steeds vurig zijn,
U laat nooit alleen.
Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe.

Abba, Vader, laat mij zijn slechts van U alleen
Dat mijn wil voor eeuwig zij
d’ uwe en anders geen.
Laat mijn hart nooit koud zijn Heer.
Laat mij nimmer gaan.
Abba, Vader, laat mij zijn slechts van U alleen.

gebeden

collecten

zingen                                        Psalm 106 : 21 en 22 NB

Verlos ons, Here, onze God,
verhef uw aanschijn, wend ons lot,
verzamel ons uit alle streken,
opdat wij eenmaal allen saam
van de vervulling mogen spreken,
lof brengen aan uw heil’ge naam.

Geprezen zij de Heer die leeft,
die Israël verkoren heeft.
Hij brengt straks heel zijn volk tezamen.
Gezegend zij zijn trouw beleid.
Zegge al het volk nu: Amen, amen.
Loof Hem in alle eeuwigheid.

zegen

 

 

 

 

 

LITURGIE

CGK/NGK Bussum-Huizen, 21 juni 2026, 17.00 uur

Bakboord 72

welkom en mededelingen

zingen            Gezang 446 : 1, 2 en 3 LB73

O Jezus, hoe vertrouwd en goed
klinkt mij uw naam in ’t oor,
uw naam die mij geloven doet:
Gij gaat mij reddend voor;

uw naam die onze wonden heelt
en ons met manna spijst,
die onze dood en zonde deelt
en onze vrees verdrijft.

Mijn herder en mijn held, mijn vriend,
mijn koning en profeet,
mijn priester die mijn schuld ontbindt,
mijn weg waarop ik treed.

stil gebed, votum en groet

zingen                 Psalm 97 : 1, 4 en 6 NB

Groot Koning is de Heer.
Volken, bewijst Hem eer,
breek uit in jubel, aarde,
nu Hij de macht aanvaardde.
De landen wijd en zijd
zijn in zijn naam verblijd.
Op recht en op gericht
heeft Hij zijn troon gesticht.
in de verborgenheid.

God trad voor ons in ’t krijt.
Uw volk, Heer, is verblijd.
Hoor, Sions dochters zingen
van uwe rechtsgedingen.
O Koning van ’t heelal,
die eeuwig heersen zal,
hoog boven godenmacht
verheft Gij U en lacht.
Wij juichen om hun val.

Gods heil, Gods glorie staat
licht als de dageraad
reeds voor het oog te gloren
van wie Hem toebehoren.
En vreugde van de Heer
stroomt in hun harten neer.
Gij die rechtvaardig zijt,
weest in de Heer verblijd.
Zijn naam zij lof en eer!

gebed

schriftlezing             Kolossenzen 1,15-21

zingen                        Psalm 84 : 5 en 6 OB

O God, die ons ten schilde zijt

en ons voor alle ramp bevrijdt,

aanschouw toch uw gezalfde Koning.

Eén dag is in uw huis mij meer

dan duizend, waar ik U ontbeer.

’k Waar’ liever in mijn Bondsgods woning

een dorpelwachter dan gewend

aan d’ ijd’le vreugd’ in ’s bozen tent.

Want God, de Heer, zo goed, zo mild,

is ’t allen tijd een zon en schild.

Hij zal genaad’ en ere geven.

Hij zal hun ’t goede niet in nood

onthouden, zelfs niet in de dood,

die in oprechtheid voor Hem leven.

Welzalig, Heer, die op U bouwt

en zich geheel aan U vertrouwt.

verkondiging HC 12

zingen                                    Opwekking 215

De Heer is mijn Herder en geen ding
ontbreekt mij naar zijn wil;
Hij schenkt mij rust in grazig land,
aan waat’ren klaar en stil.

Hij is het, die mijn ziel verkwikt
en die mijn schreden leidt
in rechte sporen om de eer
zijns naams in eeuwigheid.

Al ga ik door een duister dal,
ik vrees geen kwaad, want Gij
zijt altijd met mij en uw stok
en staf vertroosten mij.

Gij zijt het, Die mijn dis bereidt
voor ’t oog van wie mij krenkt;
die zalft mijn hoofd en mij een kelk
tot overvloeiens schenkt.

Zo zullen heil en goedheid groot
mij volgen dag aan dag,
en ik verkeer in ’s Heren huis,
waar ’k eeuwig wonen mag.

dankgebed

collecten

geloofsbelijdenis

zingen                         Psalm 132 : 7 en 4 NB

Recht is het kleed van heiligheid,
daar zijn uw priesters mee bekleed,
wees dan, o God, tot recht gereed,
geef uw Gezalfde levenstijd,
gedenk aan David, aan zijn leed.

Zo zal ik naar Gods woning gaan
en buigen voor zijn groot gezag
en juichen dat ik leven mag,
zo zal ik voor mijn Koning staan,
Hem prijzen op zijn kroningsdag!

zegen