cgkoudheader.jpg

Liturgie 15 december



Kerstprogramma 2020

Thema: “Jezus komt heel dichtbij….”

Opening

Zingen: Lied 457: 1,2, 3 en 4 (LBVK)

1   Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig,
vroeg in de morgen word’ U ons lied gewijd.
Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
Drievuldig God, die een in wezen zijt.
2   Heilig, heilig, heilig! Heiligen aanbidden,
werpen aan de glazen zee hun gouden kronen neer.
Eeuwig zij U ere, waar Gij troont te midden
al uwe eng’len, onvolprezen Heer.
3   Heilig, heilig, heilig! Gij gehuld in duister,
geen oog op aarde ziet U zoals Gij zijt.
Gij alleen zijt heilig, enig in uw luister,
een en al vuur en liefde en majesteit.
4   Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig
hemel, zee en aarde verhoogt uw heerlijkheid.
Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
Drievuldig God, die een in wezen zijt.

Gebed

Afstand

Stem: Hoelang nog, HEERE? Zult U mij voor altijd vergeten? Hoelang zult U Uw aangezicht nog voor mij verbergen? Hoelang zal ik nog plannen maken in mijn ziel, verdriet hebben in mijn hart, dag na dag? Hoelang zal mijn vijand zich nog boven mij verheffen?

Luister, hemel, neem ter ore, aarde! Want de HEERE spreekt.

Lezing: Exodus 19: 9-13 / 18 en 19 / 23 en 24.

Mozes op de berg Sinaï

9En de HEERE zei tegen Mozes: Zie, Ik kom naar u toe in een dichte wolk, opdat het volk het kan horen wanneer Ik met u spreek en opdat zij ook voor eeuwig in u geloven. En Mozes maakte de woorden van het volk aan de HEERE bekend.

10En de HEERE zei tegen Mozes: Ga naar het volk toe, en heilig hen vandaag en morgen, en laten zij hun kleren wassen 11en over drie dagen gereed zijn. Op de derde dag zal de HEERE namelijk voor de ogen van heel het volk neerdalen op de berg Sinaï. 12U moet voor het volk een grens stellen rondom de berg door te zeggen: 

Wees op uw hoede dat u de berg niet beklimt of ook maar de voet ervan aanraakt. Ieder die de berg aanraakt, zal zeker gedood worden. 13Geen hand mag hem aanraken, want hij zal zeker gestenigd of met pijlen doorschoten worden. Of het nu een dier of een mens is, hij mag niet blijven leven. Pas als de ramshoorn een langgerekte toon laat horen, mogen zíj de berg beklimmen.

18De berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat de HEERE er in vuur neerdaalde. De rook ervan steeg omhoog als de rook van een oven, en heel de berg beefde hevig. 19Het bazuingeschal werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak en God antwoordde hem met een stem.

23Toen zei Mozes tegen de HEERE: Het volk kan de berg Sinaï niet beklimmen, want U hebt ons Zelf gewaarschuwd door te zeggen: Grens de berg af en heilig hem.

24De HEERE zei tegen hem: Ga, daal af, en daarna moet u naar boven klimmen, u met Aäron bij u, maar laat de priesters en het volk niet doordringen om naar de HEERE op te klimmen, anders zal Zijn toorn over hen losbarsten.

Zingen: Psalm 93: 1 en 4 (OB)

  1. De HEER regeert; de hoogste Majesteit,

           Bekleed met sterkt’, omgord met heerlijkheid,

           Bevestigt d’ aard’, en houdt door Zijne hand

           Dat schoon gebouw onwankelbaar in stand.

  • Uw macht is groot, Uw trouw zal nooit vergaan;

           Al wat Gij ooit beloofd hebt, zal bestaan;

           De heiligheid is voor Uw huis, o HEER,

           Eeuw uit, eeuw in, tot sieraad en tot eer.

Lezing: Exodus 33: 12 – 23

Mozes vraagt de heerlijkheid van de HEERE te zien

12Toen zei Mozes tegen de HEERE: Zie, U zegt tegen mij: Laat dit volk verder trekken. U echter, U hebt mij niet laten weten wie U met mij meezendt, terwijl U Zelf gezegd hebt: Ik ken u bij uw naam, en ook: U hebt genade gevonden in Mijn ogen.

13Nu dan, als ik dan genade heb gevonden in Uw ogen, maak mij toch Uw weg bekend. Dan zal ik U kennen, opdat ik genade zal vinden in Uw ogen. En zie aan dat deze natie Uw volk is. 14En Hij zei: Moet Mijn aangezicht meegaan om u gerust te stellen? 15Toen zei hij tegen Hem: Als Uw aangezicht niet meegaat, laat ons dan van hier niet verder trekken. 16Want hoe moet het anders bekend worden dat ik genade gevonden heb in Uw ogen, ik en Uw volk? Is het niet daardoor dat U met ons meegaat? Daardoor zullen wij, ik en Uw volk, afgezonderd zijn van alle volken die er op de aardbodem zijn. 17Toen zei de HEERE tegen Mozes: Ook dit woord dat u spreekt, zal Ik doen, want u hebt genade gevonden in Mijn ogen en Ik ken u bij uw naam. 18Toen zei Mozes: Toon mij toch Uw heerlijkheid! 19Maar Hij zei: Ík zal al Mijn goedheid bij u voorbij laten komen, en in uw aanwezigheid zal Ik de Naam van de HEERE uitroepen, maar Ik zal genadig zijn voor wie Ik genadig zal zijn, en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontfermen zal. 20Hij zei verder: U zou Mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven. 21Ook zei de HEERE: Zie, hier is een plaats bij Mij, waar u op de rots moet gaan staan. 22En het zal gebeuren, als Mijn heerlijkheid voorbijtrekt, dat Ik u in een kloof van de rots neer zal zetten en u met Mijn hand zal bedekken totdat Ik voorbijgegaan ben. 23En zodra Ik Mijn hand wegneem, zult u Mij van achteren zien, maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden.

Een “elfje” van Marjan Spiering

Afstand Ons bekend in deze tijd Dat is niet fijn Contactloos   Afstand Volk Israël Mozes als Middelaar God horen en gehoorzamen Genade   Afstand onze zonden ruimte bij God Jezus naar ons gekomen Liefde

Lezing: Psalm 104: 1-9 / 29-34

Gods glorie in de schepping

1Loof de HEERE, mijn ziel. HEERE, mijn God, U bent zeer groot, U bent met majesteit en glorie bekleed. 2Hij hult Zich in het licht als in een mantel, Hij spant de hemel uit als een tentkleed. 3Hij maakt de zoldering van Zijn hemelzalen op de wateren, maakt van de wolken Zijn wagen, wandelt op de vleugels van de wind.

4 Hij maakt Zijn engelen tot hulpvaardige geesten, Zijn dienaren tot vlammend vuur.

5 Hij heeft de aarde gegrondvest op zijn fundamenten, die zal voor eeuwig en altijd niet wankelen. 6 U had hem met de watervloed als met een gewaad bedekt,

het water stond tot boven de bergen. 7 Door Uw bestraffing vluchtten ze,

ze haastten zich weg voor het geluid van Uw donder. 8De bergen rezen op, de dalen daalden neer op de plaats die U ervoor bestemd had. 9U hebt een grens gesteld, die ze niet zullen overgaan, ze zullen de aarde nooit meer bedekken.

29Verbergt U Uw aangezicht, zij worden door schrik overmand, neemt U hun adem weg, zij geven de geest en keren terug tot hun stof. 30Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem.

31De heerlijkheid van de HEERE zij voor eeuwig, laat de HEERE Zich verblijden in Zijn werken. 32Aanschouwt Hij de aarde, dan beeft hij, raakt Hij de bergen aan, dan roken zij. 33Ik zal voor de HEERE zingen in mijn leven, ik zal voor mijn God psalmen zingen, mijn leven lang. 34Mijn overdenking van Hem zal aangenaam zijn, ík zal mij in de HEERE verblijden.

Zingen: Lied 479: 1 en 4 (LBVK)

1.    Aan U behoort, o Heer der heren,
  de aarde met haar wel en wee,
  de steile bergen, koele meren,
  het vaste land, de onzeek’re zee.
  Van U getuigen dag en nacht.
  Gij hebt ze heerlijk voortgebracht.
4.    Laat dan mijn hart U toebehoren
  en laat mij door de wereld gaan
  met open ogen, open oren
  om al uw tekens te verstaan.
  Dan is het aardse leven goed,
  omdat de hemel mij begroet.


Lezing: Jona 4: 2

Jona’s beklag en bestraffing

2Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad.

Declamatie: “God is zo ver” van Hélène Swarth

God is zo ver! – Ik kan Hem niet bereiken.

Mijn bede rijst niet hoger dan die ster.

En hoger woont Hij dan de sterren prijken –

God is zo ver!

God is zo rijk! – Berooid met lege handen,

Schuil ‘k huivrend weg, een bedelkind gelijk.

Mijn haard is koud, reeds donkren de Avondlanden –

God is zo rijk!

God is zo groot! – In blauwe hemelzalen

Schalt englenzang, maar dringt geen kreet van nood.

Hoe zal Hij zien mijn droef en eenzaam dwalen? –

God is zo groot!

God is nabij! – Ik voel zijn adem waren

In ’t wuivend woud, dat suizelt, vroom en blij.

Ik voel Zijn adem huivren door mijn haren –

God is nabij!

Toenadering

Stem: De heerlijkheid van de HEERE zal geopenbaard worden, en alle vlees zal het zien, want de mond van de HEERE heeft gesproken.

Lezing: Micha 5: 1-4a

De geboorte van de Messias en Zijn Koninkrijk

1En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda,

uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af. 2Daarom zal Hij hen overgeven tot de tijd dat zij die baren zal, gebaard heeft. Dan zal de rest van Zijn broeders zich bekeren, met de Israëlieten. 3Hij zal staan en hen weiden in de kracht van de HEERE, in de majesteit van de Naam van de HEERE, Zijn God. Zij zullen veilig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden van de aarde. 4Hij zal Vrede zijn.

Zingen: Lied 125: 1 en 2 (LBVK

  1. O kom, o kom, Immanuël,

           verlos uw volk, uw Israël,

           herstel het van ellende weer,

           zodat het looft uw naam, o Heer!

           Weest blij, weest blij, o Israël!

           Hij is nabij, Immanuël!

  • O kom, Gij wortel Isaï,

           verlos ons van de tyrannie,

           van alle goden dezer eeuw,

           o Herder, sla de boze leeuw.

           Weest blij, weest blij, o Israël!

           Hij is nabij, Immanuël

Lezing: Ezechiël 34: 22-31

Belofte van de ene Herder

22Ik zal Mijn schapen verlossen, zodat ze niet meer tot een prooi zullen zijn. Ik zal oordelen tussen schaap en schaap. 23Ik zal over hen één Herder doen opstaan en Die zal ze weiden: Mijn Knecht David. Híj zal ze weiden en Híj zal een Herder voor ze zijn. 24En Ik, de HEERE, zal een God voor ze zijn, en Mijn Knecht David zal Vorst zijn in hun midden. Ík, de HEERE, heb gesproken. 5Ik zal een verbond van vrede met ze sluiten en de wilde dieren uit het land wegdoen. Ze zullen onbezorgd wonen in de woestijn en slapen in de wouden. 26Ik zal hun en het gebied rond Mijn heuvel een zegen geven, en Ik zal de regen op zijn tijd doen neerdalen. Regens van zegen zullen er zijn. 27De bomen op het veld zullen hun vrucht geven, het land zal zijn opbrengst geven, en ze zullen onbezorgd in hun land wonen. Dan zullen ze weten dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik de stangen van hun juk breek en ze red uit de hand van hen die zich door hen lieten dienen. 28Ze zullen niet meer tot een prooi zijn voor de heidenvolken, en de wilde dieren van de aarde zullen ze iet meer verslinden, maar ze zullen onbezorgd wonen en niemand zal ze schrik aanjagen. 29Ik zal een Plant van naam voor ze doen opkomen. Dan zullen ze niet langer weggenomen worden door honger in het land, en de smaad van de heidenvolken zullen ze niet langer dragen. 30Dan zullen ze weten dat Ik, de HEERE, hun God, met ze ben, en dat ze Mijn volk zijn, het huis van Israël, spreekt de Heere HEERE. 31En u, Mijn schapen, schapen van Mijn weide, u bent mens, maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE.

Zingen: Psalm 79: 5 (NB)

O Heer, wij zijn het volk door U verkoren,

wij zijn de schapen die uw roepstem horen,

Gij, onze herder, zult ons veilig leiden

aan stille waat’ren en in groene weiden.

Geslacht meldt aan geslacht

uw goedheid en uw kracht,

de grootheid van uw daden.

Zo gaat een blinkend spoor

van lof de eeuwen door.

Wij prijzen uw genade.

Declamatie: “Komst” van Jaap Zijlstra

Heer, mijn God,

mag ik geloven

dat Uw Naam is

“Ik zal bij je zijn”’

een naam als een afspraak,

een belofte,

een teken van leven?

Mag ik geloven

dat U ons leven binnenkomt

zo klein en kwetsbaar,

zo aards en afhankelijk

als een pasgeboren kind?

Mag ik geloven

dat U tot ons komt

als Vredevorst,

als Heelmeester en Raadsman,

die zich laat noemen

Immanuël, God-met-ons?

Hoe kunnen wij U danken

voor de komst van Jezus,

de man van belofte

die ons leidt naar

het land van belofte,

geloofd zij Uw naam!

Lezing: Jesaja 11: 1- 5 en 10

De Messias en Zijn vrederijk

1Want er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isaï, en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen. 2Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten: de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van raad en sterkte,

de Geest van de kennis en de vreze des HEEREN. 3Zijn ruiken zal zijn in de vreze des HEEREN. Hij zal niet oordelen naar wat Zijn ogen zien en Hij zal niet vonnissen naar wat Zijn oren horen. 4Hij zal de armen recht doen in gerechtigheid en de zachtmoedigen van het land zal Hij met rechtvaardigheid vonnissen. Maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze doden. 5Want gerechtigheid zal de gordel om Zijn heupen zijn, en de waarheid de gordel om Zijn middel.

10Want op die dag zal de Wortel van Isaï er zijn, Die zal staan als banier voor de volken. Naar Hém zullen de heidenvolken vragen. Zijn rustplaats zal heerlijk zijn.

Declamatie: “De nacht loopt ten einde” van Huub Oosterhuis.

De nacht loopt ten einde,

de dag komt naderbij

Het volk dat woont in duisternis

zal weten wie zijn Heiland is.

Onverwacht komt van heinde en ver

de Messiaszoon, de Morgenster.

Ziet naar de boom, die leeg en naakt

in weer en wind te schudden staat;

de lente komt, een twijg ontspruit,

zijn oude takken lopen uit.

Een twijgje, weerloos en ontdaan,

zonder gestalte, zonder naam.

Maar wie gelooft verstaat het wel,

dat twijgje heet: Immanuèl.

Die naam zal ons ten leven zijn.

Een Zoon zal ons gegeven zijn.

Opent uw poorten metterdaad

dat uw Verlosser binnengaat.

De nacht loopt ten einde

de dag komt naderbij.

Nabijheid

Stem: Hij denkt aan Zijn verbond voor eeuwig, aan de belofte die Hij gedaan heeft, tot in duizend generaties.

Lezing: Johannes 1: 6-18

Het vleesgeworden Woord

6Er was een mens door God gezonden; zijn naam was Johannes. 7Hij kwam tot een getuigenis, om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden.

8Hij was het licht niet, maar was gezonden om van het licht te getuigen. 9Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en ieder mens verlicht. 10Hij was in de wereld en de wereld is door Hem ontstaan en de wereld heeft Hem niet gekend.

11Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. 12Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; 13die niet uit bloed, niet uit de wil van vlees en ook niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn. 14En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid. 15Johannes getuigt van Hem en heeft geroepen: Híj was het van Wie ik zei: Deze Die na mij komt, is vóór mij geworden, want Hij was er eerder dan ik.

16En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade. 17Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen. 18Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard.

Zingen: Lied 138: 1, 2, 3 en 4 (LBVK)

1.   Komt allen tezamen,
jubelend van vreugde:
komt nu, o komt nu naar Bethlehem!
Ziet nu de vorst der eng’len hier geboren.
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.  
2.   De hemelse eng’len
riepen eens de herders
weg van de kudde naar ’t schamel dak.
Spoeden ook wij ons met eerbied’ge schreden!
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden, die Koning.
3.   Het licht van de Vader,
licht van den beginne,
zien wij omsluierd, verhuld in ’t vlees:
goddelijk Kind, gewonden in de doeken!
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden, die Koning.
   
4.   O Kind, ons geboren,
liggend in de kribbe,
neem onze liefde in genade aan!
U, die ons liefhebt, U behoort ons harte!
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.   Declamatie: De boodschap aan Maria (Joke Verweerd) Ik sta in de jonge morgen in de open deur Genietend van het wuiven van de bomen en hun geur; De vogels en de zon, de bloemen om mij heen En plotseling besef ik: ik ben hier niet alleen Want zonder dat iets langs mij is gegaan Voel ik dat er iemand achter mij moet staan.   Mijn hart bonst zware slagen en een ogenblik Ben ik bevangen door een grote schrik. Ik zoek naar steun, mijn knieën knikken Mijn keel knijpt dicht als ik wil slikken – Een wezen Gods… een engel, blinkend wit! Ik hervind mijzelf pas als ik naast hem zit.   Zijn woorden klinken zacht, maar zo diep door, Zij vallen in mijn hart nog meer dan ik ze hoor. Zijn stem vertelt mij wonderlijke dingen, Het is alsof zijn spreken overgaat in zingen! Mijn angst ebt weg en even is het stil. Dan kan ik enkel zeggen: mij geschiede naar uw wil.   Nu duizelt het in mij van steeds meer vragen. Heeft hij gezegd dat ik Gods Zoon zal dragen? Ik ben alleen, een vreemde eenzaamheid. Ik vouw mijn handen: Heer ik ben bereid. Als op een golf ontvoeren mij zijn woorden, Deel ik de plannen die bij God behoorden


Lezing: Lukas 2: 1-14

De geboorte van Jezus

1En het geschiedde in die dagen dat er een gebod uitging van keizer Augustus dat heel de wereld ingeschreven moest worden.

2Deze eerste inschrijving vond plaats toen Cyrenius over Syrië stadhouder was.

3En ze gingen allen op weg om ingeschreven te worden, ieder naar zijn eigen stad.

4Ook Jozef ging op weg, van Galilea uit de stad Nazareth naar Judea, naar de stad van David, die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was,

5om ingeschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, die zwanger was.

6En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou, 7en zij baarde haar eerstgeboren Zoon, wikkelde Hem in doeken en legde Hem in de kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.

De herders en de engelen

8En er waren herders in diezelfde streek, die zich ophielden in het open veld en ’s nachts de wacht hielden over hun kudde. 9En zie, een engel van de Heere stond bij hen en de heerlijkheid van de Heere omscheen hen en zij werden zeer bevreesd.

10En de engel zei tegen hen: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal, 11namelijk dat heden voor u geboren is de Zaligmaker, in de stad van David; Hij is Christus, de Heere. 12En dit zal voor u het teken zijn: u zult het Kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe.

13En plotseling was er bij de engel een menigte van de hemelse legermacht, die God loofde en zei: 14Eer zij aan God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen een welbehagen.

Zingen Lied 134: 1 en 2 (LBVK)

1.   Eer zij God in onze dagen,
eer zij God in deze tijd.
Mensen van het welbehagen,
roept op aarde vrede uit.
Gloria in excelsis Deo,
Gloria in excelsis Deo.
2.   Eer zij God die onze Vader
en die onze Koning is.
Eer zij God die op de aarde
naar ons toe gekomen is.
Gloria in excelsis Deo, Gloria in excelsis Deo.

Declamatie: “De Herders” van Joke Verweerd

In ‘t donker van de stille nacht

klinkt plotseling en onverwacht

gefluister, mannenstemmen

Dan drukt een hand de klink omlaag

en voor onz’ ogen rijzen vaag

gestalten, donker, baardig

Zij blijven staan in d’ opening van de deur

de tocht brengt ons hun vaag bekende geur

van nacht, van vuur en schapen

Zij schuif’len nader en hun ogen 

gericht op ‘t  kind zijn vreemd bewogen

zij moeten er van wéten!

Zij staan bekend als ruw en onbehouwen

maar zie, hun monden beven, handen zijn gevouwen

en knieën buigen krakend

en in mijn hart begint een lied te zingen

Gods Gloria is niet meer weg te dringen…..

GLORIA IN EXCELCIS

Lezing: Mattheüs 2: 1 – 6 en 10 en 11

De wijzen uit het oosten

1Toen nu Jezus geboren was in Bethlehem, in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het oosten kwamen in Jeruzalem aan, 2en zeiden: Waar is de Koning van de Joden die geboren is? Want wij hebben Zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden. 3Toen koning Herodes dit hoorde, raakte hij in verwarring en heel Jeruzalem met hem. 4En nadat hij alle overpriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen had laten komen, wilde hij van hen weten waar de Christus geboren zou worden. 5Zij zeiden tegen hem: In Bethlehem, in Judea, want zo staat het geschreven door de profeet: 6En u, Bethlehem, land van Juda, bent beslist niet de minste onder de vorsten van Juda, want uit u zal de Leidsman voortkomen Die Mijn volk Israël weiden zal.

10Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. 11En toen zij in het huis kwamen, vonden zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en aanbaden Het. Zij openden hun schatkisten en brachten Hem geschenken: goud en wierook en mirre.

Zingen: Opwekking 687 https://youtu.be/rYAOm670mp0

Heer, wijs mij Uw weg
en leid mij als een kind,
dat heel de levensweg,
slechts in U richting vindt.
Als mij de moed ontbreekt,
om door te gaan,
troost mij dan liefdevol
en moedig mij weer aan.

Heer, leer mij Uw weg,
die zuiver is en goed.
Uw woord is onderweg,
als een lamp voor mijn voet.
Als mij het zicht ontbreekt,
het donker is,
leid mij dan op Uw weg,
de weg die eeuwig is.


Heer, leer mij Uw wil,
aanvaarden als een kind,
dat blindelings en stil,
U vertrouwt, vrede vindt.
Als mij de wil ontbreekt,
Uw weg te gaan,
spreek door Uw Woord en
Geest mijn hart en leven aan.

Heer toon mij Uw plan;
maak door Uw Geest bekend,
hoe ik U dienen kan
en waarheen U mij zendt.
Als ik de weg niet weet,
de hoop opgeef,
toon mij dat Christus heel,
mijn weg gelopen heeft.
Toon mij dat Christus,
mijn weg gelopen heeft.
 
 
Lezing: Openbaring 15: 3 en 4 3En zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, en het lied van het Lam, met de woorden: Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de heiligen! 4Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Immers, U alleen bent heilig. Want alle volken zullen komen en U aanbidden, want Uw oordelen zijn openbaar geworden.   Sluiting met dankgebed   Zingen: Ere zij God. Ere zij God, ere zij God,
in de hoge, in de hoge, in de hoge!
Vrede op aarde, vrede op aarde,
Amen. Amen.     Einde
 
 

Komende Kerkdiensten

CGK HUIZEN
Bakboord 72
035 526 13 55
 


extra mededeling i.v.m. coronamaatregel
 

 


 

 

Zondag

20 juni

 

09.30 uur

ds. J de Jong

 

17.00 uur

ds. J. de Jong

 



 

CGK HUIZEN
Bakboord 72
035 526 13 55
 

 

PRIVACY

Zondagsschool nieuws

Nieuws